Aanleg
Strook van ongeveer 1 centimeter aan de grijperkant van het te bedrukken papier. Deze strook kan niet bedrukt worden, omdat de drukpers de ruimte nodig heeft om het papier in de machine door te voeren.
Aanmaakpartij
Een hoeveelheid papier of enveloppen, niet uit het standaardassortiment van de groothandel, die volgens de wens van de opdrachtgever wordt geproduceerd. Dit betreft doorgaans grote hoeveelheden.
Aanspatiëren
De ruimte tussen de letters wordt vermeerderd met een aantal eenheden.
Absolute vochtigheid
Percentage water dat zich in papier bevindt. Van belang voor het gebruik in bv. een drukpers of een kopieermachine.
Absorptievermogen
De eigenschap van papier of karton om vloeistoffen op te nemen en vast te houden.
Acrobat
Adobe-programma voor het aanmaken en lezen van PDF-bestanden.
ADSL
Asynchronous Digital Subscriber Line. Communicatietechniek die via de gewone telefoonlijn grote hoeveelheden gegevens kan transporteren. Hierdoor is het onder meer mogelijk om videobeelden te versturen.
Aflopend
Aanduiding voor afbeelding of kleurvlak dat gedeeltelijk over een of meer randen van het papier afloopt. Een aflopend beeldgedeelte is niet op het uiteindelijk schoon gesneden drukwerk zichtbaar.
A-formaat
Eenheidsformaat voor papier, waaraan drukpersformaten zijn gerelateerd (zoals A4, zie formaten).
Afsnede
Het deel van het bedrukte papier buiten de snijlijnen.
Afspatiëren
De ruimte tussen de letters wordt verminderd met een aantal eenheden.
Afwerken
Alle handelingen die nadat een vel bedrukt is nog nodig zijn om tot een eindprodukt te komen (zoals snijden, vouwen etc.).
Akte-enveloppen
Enveloppen met sluiting aan de korte zijde.
Attachment
Een bestand dat bij een e-mail bericht gevoegd wordt om meeverstuurd te worden. Het attachment kan bijvoorbeeld een document, programma of een foto zijn.
Archive
Gecomprimeerd bestand of een set van tot één bestand samengevoegde bestanden die met behulp van decompressie in hun oorspronkelijke staat hersteld kunnen worden.
ARJ
Programma voor compressie en decompressie.
ASCII
American Standard Code for Information Interchange. Standaardcodering van de meest gebruikte alfabetische en non-alfabetische tekens. De ASCII-tekenset is de standaardtekenset van bijvoorbeeld Windows.
Assetmanagement
Het beheren van (digitale) files. Er wordt ook wel gesproken over digital asset management, content management of media asset management (zoals audio, video, text, beeld en software modules). Een assetmanagementdatabase werkt met 'meta-data'; informatie over de informatie in de database (bijvoorbeeld de naam van de auteur, onderwerpen die in het document voorkomen, type bestand, etc.).
ATM
Adobe Type Manager. Programma voor bijvoorbeeld het toevoegen van een bijzonder font zie ook Suitcase.
Binair
Betrekking hebben op iets dat twee keuzemogelijkheden heeft. Een bit is bijvoorbeeld een binaire eenheid, omdat het alleen de waarden 0 of 1 kan aannemen.
Binhex
Uitwisselingsprogramma voor gegevens die met behulp van verschillende tekstsets zijn opgebouwd. Binhex wordt met name in de Apple Macintosh-wereld gebruikt.
Bit
Kleinste informatie-eenheid in een computersysteem. Een bit kan de waarde 0 of 1 aannemen.
Bitmap
Manier van beschrijven van een afbeelding door middel van het plaatsen van punten in de hoogte en de breedte.
Bloeden
Als papier aflopend bedrukt wordt kan het voorkomen dat de inkt gaat overlopen op de achterkant van het papier. Dit kan voorkomen worden door het aanbrengen van een vernislaag.
BMP
File-extensie van grafische bestanden in MS Windows.
Boekblok
Stapel aaneengelijmde of genaaide vellen of katernen die in de boekomslag of boekband ingehangen worden.
Bold
Lettersoort; een dikke variant van een lettertype. Het wordt ook vet genoemd.
Bord
Karton dat een gramsgewicht heeft van meer dan 500 g/m2.
Bovenkast
Ander woord voor hoofdletter.
Brocheren
Bindwijze; een boekje wordt gebonden d.m.v. nietjes , garen of lijm. Er wordt dan gesproken van resp. geniet, genaaid of garenloos brocheren
Brochure
Een of enkele in elkaar gestoken katernen, in de rug gehecht.
Browser
Programma om documenten op het web te bekijken. De meestgebruikte zijn Netscape en Explorer.
Byte
Set van acht bits. In een byte past één karakter (letter of cijfer).
CAD
Computer Aided Design. Klasse van informatiesystemen gericht op het ondersteunen van technische ontwerpprocessen.
Centreren
Zetsel waarbij regels en tekstblokken om een denkbeeldige middenas zijn gegroepeerd, links en rechts van de middenas zijn zowel tekst- als withoeveelheid aan elkaar gelijk.
Certified PDF
Hoge resolutie-PDF die als standaard-norm geldt voor aanleveren van digitale documenten aan drukkerijen.
CMYK
De gangbare afkorting voor Cyaan (blauw), Magenta (rood), Yellow (geel) en Key (zwart). Dit kleurensysteem wordt toegepast bij standaard vierkleurendruk (full-colour).
Coating
Op papier aangebrachte afwerklaag. Geeft een gesloten, glanzend of mat resultaat. De afkorting 'MC' staat voor Machine Coated papier.
Colofon
Veelal voor- of achterin een uitgave geplaatste lijst van medewerkers, leveranciers, bronvermelding, etc.
Content
De inhoudelijke onderdelen van een website, zoals informatie.
Contrast
Verschil in zwarting of helderheid bij afbeeldingen.
Corps
Lettergrootte, uitgedrukt in punten (bijv. 10 punts Helvetica).
Correctietekens
Internationaal gehanteerde tekens voor het aangeven van correcties in zetwerk.
Cross-platform
Een (software)programma dat gebruikt kan worden op meerdere computertypes, bijvoorbeeld op een Macintoshcomputer en een Windows-computer.
CTP
Computer To Plate. Een methode om PDF-bestanden direct, zonder films als tussenfase, op de drukplaat te belichten.
Cursief
Lettersoort; een schuingezet variant van een lettertype. Het wordt ook Italic genoemd.
CXML
Commerce XML. Een nieuwe vorm van 'document type definition' (DTO) voor XML. CXML werkt als een meta-taal die de nodige informatie van een product definieert. CXML wordt gebruikt ten behoeve van standaardisatie van contentverwerking (media-onafhankelijke opslag) en 'vraag/aanbod'-processen (beveiligde elektronische transacties via internet).
DAT
Digital Audio Tape. Een standaard die is gebaseerd op magnetische tape. DAT kan zowel als opslagmedium als voor geluidstoepassingen worden gebruikt.
DCS
Desktop Color Separation. Techniek die TIFF en PICTbestanden verdeelt in vier PostScript printerbestanden en een schermweergavebestand.
Densiteit
Dekking van kleur of zwarting van film.
Diapositief
Film of afdruk waarbij de letters uitgespaard zijn in een gekleurde of zwarte achtergrond. Op wit papier betekent dat dus dat de letters wit zijn (papierkleur) en de achtergrond gekleurd of zwart (inktkleur).
Dienstenveloppen
Enveloppen met sluiting aan de lange zijde.
Dither
‘Stippelen’ van het beeld. Deze techniek wordt gebruikt om bij het reduceren van kleuren (voor het kleiner maken van het bestand voor bijv. het internet) het beeldmateriaal toch een natuurlijk aanzicht te geven.
Domeinnaam
Adresnaam van een host (bijv. een bedrijf op het internet. Achter de domeinnaam gaat een numeriek adres schuil: het lP-adres. Via dat adres vind je de website die je zoekt.
Downloaden
Het binnenhalen van software via het internet, bijvoorbeeld het overhalen van een programma van een website naar uw eigen pc.
Dot
Dot betekent punt; een rasterpunt met een vaste kleurdichtheid bij een variabele grootte. Dot is een maateenheid voor de opbouw van een beeldscherm, maar ook voor de afdrukkwaliteit van printers en fotobelichters.
DPI
Dots Per Inch, de eenheid van de resolutie uitgedrukt in punten (dots) per strekkende inch.. De resolutie van een afbeelding op een website is over het algemeen 72 dpi, de resolutie van een te drukken foto moet minimaal 300 dpi zijn.
Drukformaat
Papierformaat dat bedrukt wordt, inclusief pas kruizen en snij- en vouwlijnen.
Drukgang
Eén doorgang van het drukvel door de drukpers. Bij het drukken van achtereenvolgens twee kleuren inkt op een éénkleurenpers is er dus sprake van twee drukgangen.
Drukplaat
Metalen of polyester plaat waarop de beeldinformatie is geëtst. Deze wordt op de drukpers gemonteerd om het drukbeeld over te brengen op het papier.
Drukproef
Redelijk accurate weergave van de pagina's zoals die er gedrukt uit zullen zien. Proeven kunnen op verschillende wijzen uitgevoerd zijn; in zwartwit of in kleur, laserprint, matchprint, ozalith, offsetdruk op oplagepapier etc.
DTP
DeskTopPublishing. Verzamelnaam voor grafische opmaak,- layout- en retoucheerwerkzaamheden m.b.v. grafische software zoals Quark Xpress, Indesign, Photoshop en Illustrator. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van Postscriptuitvoerapparatuur.
Dummy
Op inslag gevouwen proefexemplaar van het te drukken boekje of folder.
Duotoon
Een beeld dat is opgebouwd uit twee drukkieuren. Techniek om van een zwartwitfoto een sepia-achtig beeld te creëren. Er wordt één opnamemodel gebruikt met twee verschillende rasterstanden.
DVD
Digital Versatile Disc. De opvolger van de cd. Een dvd heeft 4,7 Gigabyte opslagruimte en biedt de mogelijkheid om een film van 120 minuten in hoge kwaliteit (MPEG2) af te spelen. De dvd kan wat betreft opslagruimte nog verder groeien tot 17 Gigabyte.
E-commerce
Commercie die met elektronische middelen wordt bedreven, zoals adverteren op websites, bestelmogelijkheden en elektronisch winkelen.
Encryptie
Het versleutelen/beveiligen van gegevens. De mate van beveiliging van de encryptie hangt af van de complexiteit van de versleutelingscode.
Engelse regelval
Zetwerk waarbij de regels van een tekstblok beginnen aan de linkerkant op dezelfde lijn, maar rechts niet op één lijn eindigen, de regel eindigt ‘vrij’ op het laatste woord dat op de regel past.
EPS of EPSF
Encapsulated PostScript File EPSF; Adobe; grafisch bestandsformaat. Gebaseerd op vectoren. Wordt gebruikt om postscript afbeeldingsformaat om te zetten naar een ander programma.
Extensie
Gedeelte van een bestandsnaam achter de punt. Een extensie duidt meestal op het bestandstype, zoals .txt voor tekst en .au voor audio.
Extra correctie
Het aanbrengen van wijzigingen in reeds opgemaakte pagina’s. Dit is een arbeidsintensief proces, dat tot meerkosten leidt en vermeden kan worden door een goede tekstvoorbereiding.
Europaschaal
Door drukkerijen in Europa gebruikte standaardreeks van vier kleuren drukinkt waarmee alle kleurnuances zijn weer te geven, noodzakelijk voor het weergeven van kleurenfoto's.
Film
Lithografische film is transparant lichtgevoelig materiaal dat wordt gebruikt om het (uit rasterpuntjes opgebouwde) drukbeeld op te belichten. Hierop staat in zwart-wit altijd maar
één kleur van het totaal aantal drukkleuren. Deze film wordt vervolgens op de drukplaat belicht zodat het drukbeeld in de gewenste kleur op het papier gedrukt kan worden.
Flexodruk
Matig kwalitatieve, rotatieve druktechniek waarbij gebruik wordt gemaakt van flexibele, kunststof drukvormen. Veel gebruikt voor de verpakkingsindustrie.
Flyer
Ongevouwen strooibrief je met publicitair karakter.
Foliedruk
Druk met bladmetaal of andere folie.
Font
Lettertype.
Formaten, standaard
Din A-formaten
A0 841 x1189 mm
A1 594 x 841 mm
A2 420 x 594 mm
A3 297 x 420 mm
A4 210 x 297 mm
A5 148 x 210 mm
A6 105 x 148 mm
A7 74 x 105 mm
A8 53 x 74 mm
A9 37 x 53 mm
A10 26 x 37 mm
Din B-formaten
B0 1000 x 1414 mm
B1 707 x 1000 mm
B2 500 x 707 mm
B3 353 x 500 mm
B4 250 x 353 mm
B5 176 x 250 mm
B6 125 x 176 mm
B7 88 x 125 mm
B8 62 x 88 mm
B9 44 x 62 mm
B10 31 x 44 mm
Enveloppenformaten
EA6 110 x 156 mm
EA5/6 110 x 220 mm
EA5 156 x 220 mm
EA4 220 x 312 mm
C6 114 x 162 mm
C5/6 114 x 229 mm
C5 162 x 229 mm
C4 229 x 324 mm
Full-colour (FC)
Naam voor het drukbeeld dat ontstaat als met de vier basisdrukkieuren (CMYK) bijv. een kleurenfoto afgebeeld wordt.
FTP
File Transfer Protocol. Methode om bestanden via het internet te versturen of te downloaden.
Garenloos binden
Bindwijze waarbij de rug van het boekblok wordt weggesneden of -gefreesd en door middel van lijming in de band wordt gehangen (zoals een telefoonboek).
Gesatineerd papier
Glanzend gecoat papier; de glans wordt bereikt middels het machinaal aanbrengen van een strijklaag.
Gestreken papier
Papier voorzien van een speciale matte of glanzende strijklaag (bijv. mc papier).
Gigabyte
1024 megabytes.
GIF
Graphics Interchange Format. File-extensie van grafische bestanden in het GIF-formaat. Een gecomprimeerd bestandsformaat voor beeldmateriaal, op basis van 256 kleuren, dat veel wordt toegepast op internet.
Grafische vormgeving
Zie vormgeving
Gramsgewicht
Eenheid waarin het gewicht van papier uitgedrukt wordt; het aantal grammen dat een vierkante meter papier weegt. Briefpapier wordt bijvoorbeeld doorgaans op 80 grams papier gedrukt.
Grid
Andere naam voor stramien.
Grijperwit
Strook van het papier dat niet bedrukt kan worden ten gevolge van de grijpers die het papier door de machine voeren. De breedte van het grijperwit varieert tussen 5 en 15 millimeter en is afhankelijk van het persformaat. Aflopend drukbeeld kan hierdoor nooit op het "schone" formaat gedrukt worden.
Grijswaarden
Afzonderlijke tonale stappen in een halftoonbeeld (foto of illustratie), inherent aan digitale gegevens. Halftoonbeelden bevatten meestal 256 grijswaarden per kleur.
Halfmat
Halfmat papier, ook wel silk papier genoemd, is gestreken papier dat tussen mat en glanzend in zit.
Halftoonillustratie
Afbeelding die is opgebouwd uit tinten met verlopende grijswaarden (bijv. een zwartwit- of kleurenfoto), die gerasterd moet worden om deze te kunnen weergeven in druk.
Halfvet
Gradatie van vetheid van drukletters, ook wel medium genoemd bij sommige fonts.
Helderheid
Mate van contrastverschillen in afbeeldingen. De helderheid van een kleur neemt af naarmate er zwart of wit aan toegevoegd wordt.
High res
Hoge resolutie beelden nodig voor drukwerk kwaliteit.
Hoerenjong
Typografische benaming voor een enkel woord aan het einde van een alinea dat bovenaan het begin van een nieuwe kolom staat.
Houthoudend papier
Mindere kwaliteit papier (vergeelt snel), vervaardigd met een percentage fijn houtslijp.
Houtvrij papier
Kwaliteitspapier vervaardigd uit celstof of lompen. Ook wel afgekort als HV, bijv. in HVO; houtvrij offset.
HTML
HyperText Markup Language. Programmeertaal waarin de meeste documenten die door de webserver worden aangeboden, zijn geschreven. Middels HTML kunnen webdocumenten door de meeste browsers worden gelezen. HTML is namelijk een programmeertaal waarin door middel van tags kan worden aangegeven op welke manier een browser een document behoort te interpreteren. Tags zijn markeringen die in het algemeen, zowel het begin als het einde aangegeven van bijvoorbeeld een tekstgedeelte dat op een bepaalde wijze door de browser moet worden weergegeven.
Huisstijl
Vormgeving die toegepast wordt in alle (grafische) visuele uitingen van een organisatie. De uitingen voldoen aan richtlijnen m.b.t. opmaak, kleurstelling en gebruik van lettertypen en uitvoering zoals; beeldmerken, drukwerk, belettering van wagenpark, bedrijfskleding, bewegwijzering, gevelbelettering en kantoorinrichting. Ze geven een organisatie een herkenbaar ‘eigen’ gezicht.
Inloggen
inbellen met een computer op een andere computer.
Inslagschema
Overzicht van de indeling van pagina's op een drukvel dat tot een katern van een boekje wordt gevouwen. Is bepalend voor keuze van kleurgebruik op de pagina’s, om de kosten te drukken
Inspringen
Eerste regel van een nieuwe alinea extra naar rechts beginnen.
Interlinie
Ruimte tussen twee tekstregels, uitgedrukt in punten of millimeters. Een 10 pt. letter met 12 pt. regeltransport heeft 2 pt. interlinie.
ISDN
Integrated Services Digital Network. Digitale verbinding via de telefoonlijn. ISDN combineert spraak en data via één telefoonaansluiting.
Italic
Benaming van een lettersoort; een schuingezettte variant van een lettertype. Het wordt ook wel cursief genoemd.
JDF
Job Definition Format. Een XML-toepassing voor zowel het sturen van processen als het uitwisselen van gegevens tussen de verschillende (grafische) productiemiddelen, processen en bedrijfssystemen.
JPEG
Joint Photographic Experts Group. Een groep deskundigen die de JPEG-standaard voor het comprimeren van stilstaande beelden heeft ontwikkeld.
Kabinet envelop
Envelop voor verzending van een in drieën gevouwen A4 (99 x 210 mm) met sluiting aan de lange zijde.
Kapitaal
- Andere naam voor hoofdletter.
- Textiel randje aan boven- en onderzijde van het boekblok bij gebonden boeken.
Kapitaalhoogte
Aanduiding van de lettergrootte, gemeten aan de hoogtemaat van hoofdletters.
Katern
Gevouwen vel van een aantal pagina's (veelal een veelvoud van vier) waarvan (een gedeelte van) een boek of brochure kan worden samengesteld.
KB
Kilobyte. 1 Kilobyte = 1024 bytes.
Kleinkapitaal
Letter met de vorm van een hoofdletter, maar met de hoogte van een onderkastletter.
Kleurverzadiging
Mate van dekking van het papier waarop gedrukt is. Kleurverzadiging wordt uitgedrukt in percentages. Bij 100% verzadiging is het papier volledig gedekt door de kleur; bij 50% schijnt het papier erdoorheen en wordt de kleurtoon lichter. Dit wordt ook wel rastertint genoemd.
Kleurscheiding
De verdeling van een kleurenbeeld in de afzonderlijke drukkleuren om deelfilms of -platen te maken waarmee in druk de kleuren worden gereproduceerd. Bij vierkleurendruk wordt het beeld dus gescheiden in vier deelkleurenfilms.
Kleurbalans
Verhouding tussen de kleuren van een afbeelding. Bij een goede kleurbalans zullen bij reproductie de grijstinten van het origineel weer als neutrale grijstinten worden weergegeven.
Kleurenprint
Laser- of inkjetafdruk van een (grafisch) computerbestand. Niet representatief, alleen indicatief voor het gedrukte eindresultaat.
Kleurenwaaier
Papieren waaier met daarin afgedrukt alle standaard drukkleuren van het Pantone Matching System (PMS).
Kleurzweem
Overheersende kleur in afbeeldingen bij een verstoorde kleurbalans. (Bijv. teveel rood in een afbeelding van een gezicht).
Kolomwit
De ruimte tussen de tekstkolommen.
Kopij
Door de klant aangeleverde platte tekst, die grafisch bewerkt moet worden; het oorspronkelijke manuscript.
Kunstdrukpapier
Hoge kwaliteit gestreken papier, met vaak meerdere strijklagen.
Lamineren
Drukwerkveredelingstechniek; het op elkaar hechten van verschillende materialen, zoals papier en kunststof. Wordt toegepast bij bijvoorbeeld omslagen van luxe brochures. Leidt tot een zeer sterk en hoogglanzend (of mat) oppervlak.
Layout
Een (schets)ontwerp, door teksten en afbeeldingen samengesteld model, dat als voorbeeld dient voor het maken van het drukmateriaal.
Leaflet
Ook wel flyer genoemd. Gedrukt vel, meestal A5 of A4-formaat, zonder nabewerkingen als vouwen en brocheren.
Leesbaar
Met leesbaar negatief of positief wordt bedoeld een beeld dat een niet in spiegelbeeld staande afbeelding of tekst vertoont.. Term die gebruikt wordt bij het vervaardigen van films voor verschillende druktechnieken.
Letterproef
Verzameling van lettervoorbeelden.
Lijnmodel
Een zwart/wit origineel (tekening) zonder grijswaarden.
Linkslijnende regelval
Regels van een tekstblok beginnen aan de linkerkant op dezelfde lijn, maar eindigen rechts niet op één lijn.
Litho
Rasterafdruk op film die gebruikt wordt voor het maken van een drukplaat. (zie ook Film).
Lithografie
Het maken van schone films voor de drukker. In deze fase worden foto's, dia's, teksten en tekeningen in een of meerdere kleuren definitief voor het drukken gereed gemaakt.
Low-res
Lage resolutie beelden worden gebruikt voor websites en bij opmaak programma's om tijdelijk in het bestand te worden geplaatst om het bestand niet te zwaar te laten worden. Dient te worden vervangen door high res beelden voordat er films of drukplaten uitgedraaid worden.
Logo
Vaste schrijfwijze van een naam van een bedrijf of organisatie eventueel in combinatie met het beeldmerk.
Looprichting van het papier
Door de manier waarop papier vervaardigd wordt, gaan papiervezels in één richting liggen. In langlopend papier (LL) liggen de vezels in de lengterichting van het vel; in breedlopend papier (BL) evenwijdig met de korte zijde. Papier moet gevouwen worden evenwijdig met de looprichting. In verband met de afwerking moet hiermee rekening gehouden worden.
.
Lpi/lpcm
Lijnen per inch of lijnen per strekkende centimeter. Eenheid van uitvoerapparaatresolutie of rasterliniatuur.
Machine-coated (MC) papier
Papier met dunne strijklaag die op de papiermachine is aangebracht. Heeft een gesloten, oppervlaktestructuur (glanzend, halfmat (silk) of mat) en is zeer geschikt voor het drukken van foto's of rastervlakken.
Marge
Vrije ruimte tussen papierrand en de afdruk. Het is raadzaam om een minimale marge van 2 cm aan te houden.
Matchprint
Fotografische drukproef aan de hand van gemaakte litho's.
MB
Megabyte. 1 Megabyte = 1024 kilobytes.
Mediaeval cijfers
Cijfers waarbij de staarten van bijv. de 3 en de 9 uitsteken onder de letterlijn.
Medium
Middel om data of een boodschap over te brengen, informatiedrager, bijv. een CD of een USB-stick.
Meerkleurendruk
Drukwerk met meer dan één drukkleur.
Mengkleur
Kleur met een PMS-nummer die speciaal gemengd wordt volgens de mengverhouding van het Pantone Matching System.
MOD
Magneto Optical Disc. Een optische schijf die verschillende malen be- en herschreven kan worden. Er zijn verschillende standaarden van verschillende leveranciers die niet uitwisselbaar zijn.
Modem
Interface voor de computer van de eindgebruiker die ervoor zorgt dat digitale gegevens kunnen worden ontvangen of verzonden met behulp van analoge middelen als telefoonlijnen (voor ISDN gebruikt men speciale digitale insteekkaarten of ISDN-modems).
Moiré
Ongewenst optisch verschijnsel in de vorm van ruis/ stippenstructuur in het gerasterde drukbeeld, dat ontstaat als de rasterhoeken van meerkleurenwerkniet ver genoeg uiteenlopen.
Nabewerking
Behandeling van drukwerk na het drukken, zoals snijden, rillen, vouwen en perforeren. Nabewerking kan ook een veredeling inhouden zoals lamineren of vernissen.
Natuurkarton
Houtvrij, mat, glad wit karton. Wordt vaak gebruikt om visitekaartjes op te drukken.
Negatief
Een afbeelding waarin de waarden licht en donker omgekeerd zijn aan die in het origineel (of de natuur). Te onderscheiden zijn leesbare en onleesbare negatieven, respectievelijk een vanaf de gevoelige zijde van de film niet-spiegelbeeldig en spiegelbeeldig model.
NEN-normen
Door het Nederlands Normalisatie Instituut uitgegeven bladen waarin eisen, afmetingen en kwaliteiten ten behoeve van ondermeer de grafische industrie zijn aangegeven
(bijv. papierformaten).
Oblong
Een drukwerkformaat met de rug of vouw aan de korte zijde, wordt ook wel ‘Iiggend’ formaat genoemd.
OCR
Optical Character Recognition. Techniek waarbij gescande tekstdocumenten worden herleid tot tekstuele informatie, zodat deze geschikt zijn voor verdere bewerking.
Offset
Vlakdruktechniek gebaseerd op het principe dat water en vet (drukinkt) elkaar afstoten. Het beeld wordt vanaf een metalen of polyester plaat via een rubber cilinder op het papier overgebracht. De plaat wordt dan eerst vochtig gemaakt waarna de inkt op de vet aantrekkende delen (het drukbeeld) wordt gezet.
Offset proef
In offset vervaardigde proef op het juiste papier, in de juiste kleur.
Omslag
Verzamelnaam voor zware tot zeer zware (bedrukte) papieren kartonsoorten die ter bescherming om een boek of brochure worden aangehecht.
Onderkast
Ander woord voor kleine letter (a,b,c, enz).
Onleesbaar
Een spiegelbeeldig model van een positieve of negatieve film, gezien vanaf de gevoelige zijde.
Online
Het moment waarop men met een computer contact heeft met het internet. Maar ook de website is online zodra deze via het internet bereikbaar is.
OPI
Programma dat er voor zorgt dat bij het rippen de lage resolutie beelden automatisch vervangen worden door de hoge resolutie beelden.
Oplage
Het aantal te drukken exemplaren.
Opmaakinstructie
Aanwijzingen van de ontwerper ten behoeve van de opmaak.
Opmaak
Het compleet maken van pagina's; tekst en beeldmateriaal, worden via het beeldscherm op de juiste stand gezet.
Origineel
Foto, tekening, schilderij of elke andere afbeelding die voor reproductie wordt aangeboden.
Overlap
Het extra beeld aan twee vormen die in verschillende drukkleuren exact in elkaar moeten passen. Deze extra ’rand‘ eromheen zorgt ervoor dat de twee vormen elkaar iets overlappen, zodat kieren voorkomen worden. Wordt in opmaakprogramma’s ook ‘trapping’ genoemd
Overzetten
Drukprobleem; afgeven van inkt aan de onderzijde van het bovenliggende drukvel. Dit ontstaat ondermeer door een te vette laag inkt op het papier.
Pantone Matching System (PMS)
Internationaal kleurenmengsysteem voor offset druktechniek, aan de hand waarvan men met negen basiskleuren, vier lichtechte kleuren en transparant wit en zwart, meer dan 700 standaard drukkleuren kan mengen, die elk een eigen PMS-kleurnummer hebben. Hoewel de samenstelling van de kleur is gestandaardiseerd, geeft eenzelfde kleurnummer op verschillende papiersoorten (gestreken, ongestreken) een ander resultaat. Daarom zijn er aparte kleurwaaiers voor diverse papiersoorten.
Paramount druk
Paramount druk is een druktechniek waarbij in offset wordt voorgedrukt, hierna wordt het nog natte drukwerk opgestrooid met poeder dat de kleur aanneemt van de inkten, daarna wordt het verhit, waardoor het poeder verhard en op het papier komt als een reliëf.
Paskruis
Hulpteken op een lithografische film of drukplaat, dat het mogelijk maakt om meerdere kleurvormen nauwkeurig over elkaar heen te monteren en te drukken.
PDF
Portable Document Formaat. Is een file format waarin alle elementen van een geprint document als een elektronisch beeld weergegeven worden. Dit beeld kan bekeken, geprint en doorgestuurd worden. PDF files worden gemaakt met behulp van programma's als Adobe Acrobat, Acrobat Capture, of vergelijkbare producten. Om PDF file te kunnen lezen is de Acrobat Reader nodig.
Perforeren
Het aanbrengen van een rij gaatjes of scheurstreepjes om het papier makkelijk te scheuren.
Persformaat
Maximaal te verwerken papierformaat op een bepaald type drukpers.
Persproef
Een op een drukpers vervaardigde afdruk voor het drukken van de oplage en uitsluitend bedoeld voor kleurcontrole. Een persproef geeft de grootste zekerheid over het eindresultaat, maar brengt hoge kosten met zich mee.
Persvernis
In een extra drukgang op een offsetpers aan te brengen vernislaag die een betrekkelijke bescherming en een matige glans geeft aan drukwerk.
Pixel
Picture element = beeld element. Het kleinste onderdeel waaruit een schermbeeld is opgebouwd. Digitale afbeeldingen zijn opgebouwd uit een verzameling pixels die elk een specifieke kleur of tint hebben. Het oog neemt verschillend gekleurde pixels waar als een enkele mengkleur.
Plug-in
Extern programma dat door internet browsers wordt geladen voor specifieke toepassingen, bijvoorbeeld ten behoeve van multimedia.
Planovellen
Onafgewerkt, ongevouwen drukwerk.
Platte tekst
Tekst zonder opmaakspecificaties zoals vet, cursief, inspringende tekst e.d.
PMS
Zie Pantone Matching System
POD
Printing On Demand. Drukken op afroep, term die gebruikt wordt bij het vervaardigen van zeer specifiek doelgroep gerichte marketing uitingen. Veelal gepersonaliseerd en in kleine oplagen.
Postscript driver
Aansturingsbestand voor een printer om postscript te kunnen printen. Dit bestand vertaalt de print gegevens naar postscript taal.
PostScript (PS)
Programmeertaal waarmee opgemaakte pagina's worden beschreven. Ontwikkeld door Adobe.
Prägen
Drukken in hoogdruk techniek, zonder drukinkt, waarbij de vorm in het papier wordt geperst en er een verhoogd of verdiept beeld ontstaat.
Prepress
De werkzaamheden voorafgaand aan het drukproces, vanaf het ontwerpen tot het drukken.
Proceskleuren
Cyaan, magenta, geel en zwart (CMYK) zijn de drukproces-kleuren die tezamen in vierkleurendruk alle kleuren kunnen reproduceren.
Provider
Aanbieder van toegang tot het internet.
PS Image
Lage resolutie bestand dat alle kern gegevens bevat van het hoge resolutie bestand. Deze lage resolutie bestanden worden automatisch vervangen bij het printen of uitdraaien d.m.v. een koppeling met het hoge resolutie bestand.
PSD
PhotoShop Document. Bewerkt beeld in Photoshop (lagen beeld).
Qwerty
De meest gebruikelijke toetsenbord indeling. De eerste zes letters van het toetsenbord vormen de reeks 'qwerty'.
Raster
Een kleurvlak, omgezet in een verzameling puntjes van verschillende grootte, noodzakelijk om zacht verlopende zwartingen in druktechniek te realiseren. Dit is goed waar te nemen in een krantenfoto.
Raster frequentie
Het aantal rijen of lijnen met rasterpunten in een gerasterd beeld binnen een bepaalde afstand, meestal aangegeven in lijnen per strekkende inch (Ipi) of lijnen per strekkende centimeter (Ipcm).
Raster opname
Fotografische omzetting van een origineel in een positieve of negatieve film of papierafdruk die van een raster is voorzien.
Regellengte
Ontstaat uit het aantal lettertekens per regel. De maat die dan ontstaat wordt ook wel zetbreedte genoemd.
Regeltransport
Afstand gemeten van de onderzijde van de regel tot de onderzijde van de volgende regel. Deze maat in samenhang met de lettergrootte bepaalt uiteindelijk de ruimte die tussen de regels zit. Dit wordt ook wel interlinie genoemd; een 10 pt. letter met 12 pt. regeltransport heeft 2 pt. interlinie.
Regelval
Positie van tekstregels ten opzichte van elkaar. Te onderscheiden zijn: Engelse regelval, vrije regelval, blokvorm en centreren.
Registeren
Het ‘op elkaar’ drukken van de voor- en achterzijde van een pagina of het naast elkaar drukken van kolommen, zodanig dat regels op gelijke hoogte staan.
Reproductie
Resultaat van een vermenigvuldigingsslag van een originele afbeelding.
Resolutie
Term die de fijnheid aangeeft van digitale bestanden. Hoe hoger de resolutie des te hoger de kwaliteit is. 72 DPI is voor scherm kwaliteit. 300 DPI is voor drukwerk. Wordt ook gebruikt om de fijnheid van printers aan te geven.
Retoucheren
Het bijwerken van foto's. Hierbij worden vuiltjes of ongewenste delen op het origineel onzichtbaar.
RGB
Driekleuren systeem op basis van de primaire lichtkleuren Rood, Groen en Blauw. Deze lichtkleuren worden gebruikt bij beeldschermpresentatie en worden in druk nagebootst d.m.v. de proceskleuren (CMYK).
Rillen
Het ‘indrukken’ van een lijn in dikkere papiersoorten op de plaats waar het papier gemakkelijk te vouwen moet zijn.
RIP
Raster Image Processor. Converteert of rastert de postscript gegevens in een vorm die kan worden afgebeeld op de drukplaat.
Romein
Vakterm voor rechtopstaande letter.
Rug
De gesloten zijde van een boek of brochure, waar de katernen zijn vastgezet (genaaid of gelijmd).
Rugwit
Wit (onbedrukt gedeelte) dat zich bij naast elkaar geplaatste pagina’s tussen de zetspiegel en de rug van het boek bevindt.
Schaaldrukken
Afdrukken van de afzonderlijke drukkleuren van een meerkleurendruk en combinaties van een vierkleurendruk.
Scherpte
Abrupte helderheidsovergangen tussen lichte en donkere delen van een fotografisch beeld. Ook de mate waarin kleine details nog afzonderlijk van elkaar weergeven kunnen worden.
Scheurperforatie
Zie perforeren.
Schoon en weer
Techniek waarbij de schoonzijde (voorkant) en de weerzijde (achterkant) van het eindprodukt naast elkaar op het papier gedrukt wordt. Na de helft van de oplage wordt het paper gedraaid, en komen voor- en achterzijde tegen elkaar te staan. Hierdoor is er voor het tweezijdig bedrukken van een vel papier in één kleur maar één drukplaat nodig i.p.v twee. Dit is uiteraard alleen mogelijk als het persformaat dit toelaat.
Schreefloos
Verzamelnaam voor letters zonder schreven, (bijv. Helvetica of Arial). Wordt veel toegepast in bijsluiters en studieboeken.
Schreef
Kleine dwarsstreepjes aan de letters. Om de tekst makkelijker leesbaar te maken, (bijv. Times) Wordt toegepast in kranten en boeken, leest vlotter
Screen fonts
Gedeelte van het font dat het mogelijk maakt een font op het scherm weer te geven.
Server
Een computer die als verbindingspunt of knooppunt in een netwerk (zoals ook het internet) staat en die faciliteiten aan andere stations biedt.
Sluitwerk
Drukwerk waarbij de kleuren zeer nauwkeurig (sluitend) in elkaar of tegen elkaar worden gedrukt.
Snijteken
Hulpteken, aangebracht op een lithografische film en op de drukplaat om aan te geven waar het bedrukte papier wordt schoongesneden tot het afgewerkte formaat.
Snijwit
Ruimte tussen het drukbeeld en de linker- of rechterzijde van de papierrand.
Spotvernis
Het aanbrengen van een vernislaag op bepaalde delen van het papier. Dit kan bijvoorbeeld UV-lak of persvernis zijn.
Spanjool
Karakteristiek cirkelvormig vuiltje met een stip in het midden dat in het drukbeeld verschijnt.
Spatiëring
Scheiding, ruimte tussen letters en woorden.
Staalstempeldruk
Het verhoogd aanbrengen van glimmende inkt, met een plastic achtige structuur. Veel toegepast op klassiek briefpapier en luxe verpakkingen.
Stansen
Met een scherpe, speciaal gemaakte mesvorm uitsparingen in drukwerk aanbrengen.
Stansmes
Mes dat gebruikt wordt om onregelmatige vormen uit drukwerk te snijden, bijvoorbeeld bij gedrukte verpakkingen. Het speciaal vervaardigde mes snijdt in één keer de vorm uit.
Stansvorm
De afbeelding van de vorm die het stansmes krijgt.
Staartletters
Letters die onder de x-hoogte uitsteken (g, j, p, en q).
Staartwit
Ruimte tussen het drukbeeld en de onderzijde van de papierrand.
Steunkleur
Extra PMS-kleur naast drukkleur zwart.
Stofomslag
extra papieren omslag dat los om een in linnen gebonden boek gevouwen wordt
Stokletters
Letters die boven de x-hoogte uitsteken (b, d, f, etc.).
Stramien
Een basis die gebruikt wordt om meerdere pagina's van een boekje of tijdschrift op te maken. Op het stramien staat aangegeven waar tekst, paginacijfer en illustraties moeten komen.
Stuffit
Een programma dat digitale bestanden comprimeert, waardoor deze o.a. makkelijker gemaild of op een CD gezet kunnen worden. Vooral gebruikt door Macintosh gebruikers.
Tabelcijfers
Cijfers die allemaal even hoog en even breed zijn, noodzakelijk om cijfers in tabellen recht onder elkaar te krijgen. In tegenstelling tot mediaevalcijfers.
TAG
Markering in een HTML, SGML of XML document waarmee een server duidelijk maakt op welke manier de inhoud van het document geïnterpreteerd moet worden. Meestal wordt zowel het begin als het einde van een markering aangeduid.
TlFF
Tagged Image File Format. Formaat van grafische afbeeldingen gebaseerd op punten.
Terabyte
1024 gigabytes.
Toonwaarde
Het vloeiende onderscheid in kleurnuances tussen de lichtste en donkerste partij in halftoonmodellen.
Trapping
Term voor het gedeeltelijk laten overlappen van twee naast elkaar liggende kleuren om een beter sluitende druk te krijgen.
Tussensnede
De ruimte op het papier dat tussen de afbeeldingen op een drukvel uitgesneden wordt. Dit is nodig wanneer er bijvoorbeeld meerdere aflopende kaartjes op één drukvel staan.
Typografie
Het kiezen, organiseren en vormgeven van typografische middelen (tekst, lijnen, vlakken en ornamenten, dus zonder beeld) zodat een geheel ontstaat dat de communicatieboodschap goed overdraagt.
Uitsnede
Het deel van de foto of afbeelding dat gebruikt wordt als niet de gehele foto wordt afgedrukt.
Uitsparen
Het blanco laten van teksten, lijnen of afbeeldingen op een achtergrond. Indien elementen uitgespaard worden in een gekleurde achtergrond op wit papier levert dit dus een wit beeld op.
(Zie ook Diapositief)
Uitvullen
Zetwijze waarbij woordspaties variëren om teksten uit te vullen, zodat een rechte rechter- en linkerkantlijn ontstaat (blokvorm).
UV-lak
Hoogglanslak voor drukwerk met zeer sterke eigenschappen die door middel van UV-licht (ulfraviolet) op de drukpers gedroogd wordt.
Vergaren
Het in de juiste volgorde leggen van vellen of katernen tot sets, boeken of losbladige uitgaven. Zoals bij o.a. zelfkopiërende vellen in een bonnenblok.
Vet
Aanduiding van een lettersoort; een dikke variant van een lettertype. Het wordt ook wel bold genoemd.
Vernis
Zie persvernis.
Vierkleurendruk
Kleurendruk systeem om afbeeldingen in alle kleurnuances weer te geven. Gebaseerd op vier kleuren uit de Europaschaal; cyan (blauw), magenta (rood), yellow (geel) en key (zwart).
Vignet
Beeldmerk, een uit elementen samengesteld, decoratief handelsmerk.
Volvlak
(Kleur)vlak in drukwerk dat zonder raster aaneengesloten met inkt is bedrukt.
Vormgeving (grafische)
Door middel van grafische middelen (tekst en beeld in kleur of zwartwit) vormgeven aan een "boodschap".
Vouwteken
Hulpteken aangebracht op een lithografische film en drukplaat dat aangeeft waar het drukwerk later gevouwen moet worden.
Vrije regelval
Het vrij onder elkaar plaatsen van zetregels, zonder uitlijning aan de linker- of rechterkant.
Vrijstaande afbeelding
Deel van de afbeelding dat overblijft, nadat de achtergrond is verwijderd, zodat deze vrij in de ruimte of op een andere achtergrond geplaatst kan worden.
Watermerk
Doorzichtige, dunne plekken in papier waarin teksten of afbeeldingen zijn te herkennen wanneer het papier tegen hef licht gehouden wordt. Dit effect, dat wordt bereikt door speciale voorzieningen in de papiermachine, geeft een bijzonder (vaak klassiek) aspect aan waardedrukwerk, maar speelt ook een rol in het tegengaan van vervalsing.
Website
Een aantal pagina's met interactieve multimedia op het internet, die een thematische eenheid vormen, zoals een bedrijfssite, een muzieksite.
WAV
Format van audiofiles.
Winzip
Compressieprogramma.
Wit
Alle onbedrukte delen en vrije ruimten op het drukvel (o.a. woordwit, kopwit, snijwit).
Witregel
Een geheel blanco regel in een tekstkolom; is gelijk aan de hoogte van de interlinie.
Woordwit
Vrije ruimte tussen woorden (woordtussenruimte).
WYSIWYG
'What You See Is What You Get'. Computerterm die wordt gebruikt om aan te geven dat de resultaten op het scherm dezelfde opmaak tonen als het eindresultaat.
Xerografie
Reproductiemethode op basis van electrostatisch kopiëren; afgeleid van de merknaam 'Xerox'.
X-hoogte
De hoogte van de onderkastletter x.
XML
eXtensible Markup Language. Standaard die is bedoeld om SGML mogelijkheden op internet aan te bieden. Het is een meta-taal, een taal om andere talen te beschrijven, waardoor het eenvoudig is een eigen structuur (markup) te ontwikkelen.
Zeefdruk
Druktechniek waarbij de inkt door een zeef op het te bedrukken materiaal wordt gebracht. Toegepast in veelal kleine oplagen, voor zeer dekkende inkten en het bedrukken van bijv. kunststoffen en t-shirts.
Zelfklevend materiaal
Papier, kunststof of metaalfolie dat aan een zijde een kleeflaag draagt.
Zelfkopiërend papier
Papier dat aan een of twee zijden een op druk reagerende chemische laag draagt waaruit beeld ontstaat. Toegepast bij o.a. meervoudige doorschrijvende sets.
NCR
No Carbon Required. Zelfkopiërend papier.
Zetbreedte
Maximale breedte waarbinnen het zetwerk moet vallen.
Zetspiegel
De maximale hoogte en breedte van zetwerk op een pagina.
Zip
Compressieprogramma.
Zipfile
Gecomprimeerd bestand.